Plantbased wonen
DKG Groep staat al jaren bekend als de grootste keukenproducent van Nederland. Bekende merken als Bruynzeel en Keller Keukens komen uit hun eigen ‘Keukenfabriek’ in Bergen op Zoom, in totaal bijna 1.000.000 kasten per jaar en 500 tot 600 keukens per dag. Maar achter die indrukwekkende productie schuilt een diepere ambitie: het herdefiniëren van wat een keuken kan zijn. Circulair, biobased én herbruikbaar.
Duurzaamheid is bij DKG geen marketingterm, maar een strategische koers die diep verankerd zit in de organisatie. De omslag begon jaren geleden met praktische initiatieven: afvalscheiding, CO₂-vastlegging, energiebesparing en de overstap op elektrische mobiliteit. Maar vandaag de dag ligt de lat hoger: DKG ontwikkelde als eerste producent op industriële schaal een biobased én circulaire keuken. Daarmee zijn ze niet alleen koploper in hun sector, maar ook een inspirerend voorbeeld voor andere maakbedrijven.
“Ik heb de fabriek gek gemaakt en dat moest”
De motor achter die revolutie? Mensen met visie én vasthoudendheid. Connie Vis, productmanager en innovator bij DKG, sleutelde jarenlang aan het idee van een keuken zonder fossiele grondstoffen. Ze zocht wereldwijd naar leveranciers van biobased grondstoffen voor plaatmateriaal en natuurlijke toplagen, testte prototypes in de fabriek en liep daarbij regelmatig tegen dichte deuren aan. “Ik kwam met mijn biobased plaatjes aanzetten, mensen doken weg vanwege de ‘uitdaging’. Maar als je niet probeert, verandert er ook niets,” vertelt ze. Uiteindelijk slaagde ze erin om een schaalbare biobased plaat te ontwikkelen die aan alle kwaliteitsnormen voldoet. En die in de bestaande productielijn van DKG past.
Die pragmatische benadering is kenmerkend voor DKG. De zoektocht naar nieuwe materialen gaat gepaard met een strenge realiteit: elk kastje moet jarenlang meegaan, bestand zijn tegen vocht, belasting en montage en tegelijk maakbaar zijn op hoge volumes. Daarom werkt het bedrijf alleen met biobased materialen die hun spaanplaat evenaren in sterkte, schroefvastheid en stabiliteit. De toplaag? Gemaakt van een suikerriet-afgeleide hars. Zelfs de grepen zijn vervaardigd uit oude visnetten.
Daarnaast is DKG actief bezig met het terughalen en verwerken van gebruikte keukens. Via een slimme samenwerking met onderhoudsbedrijven worden oude keukens in renovatieprojecten gescheiden ingezameld en verwerkt tot nieuwe spaanplaat. Zo is een circulaire grondstoffenstroom al realiteit in hun B2B-projecten.
Wat DKG onderscheidt, is niet alleen hun innovatieve vermogen, maar vooral hun lange adem. Biobased en circulaire innovaties kosten tijd, geld en vooral doorzettingsvermogen. Juist daarin toont DKG zich een zeldzaam voorbeeld. Waar veel bedrijven afhaken bij de eerste belemmering, gaat DKG door. En dat jarenlang. “We wisten wat we wilden,” zegt Connie. “En we waren bereid om erin te investeren, ook al wisten we niet of het zou lukken.” Die vasthoudendheid maakt het verschil en vormt de stille kracht achter elke doorbraak die nu zichtbaar is in de fabriek én op de markt.Duurzaamheid in hart en hoofd
Bij DKG is duurzaamheid niet alleen een idealistisch streven, maar verankerd in het dagelijks werk. Verschillende afdelingen hebben concrete CO₂-reductiedoelen, bijvoorbeeld 10% minder eigen uitstoot en 2% in de keten per jaar. Zo wordt duurzaamheid meetbaar, stuurbaar én serieus genomen op strategisch niveau. Om die strategie succesvol te maken, is cultuurverandering essentieel. DKG investeerde in interne bewustwordingscampagnes, zoals quizzen over afval en CO₂. “We merken nu dat collega’s zélf komen met ideeën om reststromen te benutten of minder plastic te gebruiken. De mentaliteit verandert zichtbaar,” stelt duurzaamheidcoördinator Lisa van Hoof
Hoewel DKG al circulaire materiaalstromen heeft opgezet, denk aan teruggewonnen spaanplaat, ligt de volgende ambitie nog hoger op de R-ladder: hergebruik vóór recycling. Kunnen gebruikte keukens een tweede leven krijgen, bijvoorbeeld in andere woningen of toepassingen? DKG onderzoekt hoe componenten nog meer losmaakbaar ontworpen kunnen worden, zodat ze eenvoudiger opnieuw ingezet kunnen worden. Een nieuwe mindset én een ontwerpuitdaging, maar precies het soort vraagstuk waarin DKG graag vooroploopt.
Een belangrijke schakel in de plantbased keten is de samenwerking met kennisinstellingen. DKG werkt al jaren samen met Avans Hogeschool, onder meer via stages en praktijkprojecten. Via MNEXT, het open innovatieplatform van Avans, vindt DKG toegang tot nieuwe kennis én tot innovaties op het gebied van plantbased grondstoffen. Het is een win-win: studenten leren in de praktijk, en DKG krijgt frisse ideeën en directe aansluiting op het onderzoek in de regio.
DKG ontwikkelt en produceert plantbased toepassingen op industriële schaal. Juist door in grote volumes te werken, kunnen we écht impact maken, op de woningmarkt, op het klimaat én op de standaard in de sector. Daarom nodigen we plantbased innovators uit om hun idee, materiaal of toepassing met ons te testen. Krijgt jouw innovatie een plek in de keuken? Dan doorstaat het niet alleen onze kwaliteitseisen, maar ook de praktijk van grootschalige productie. En dát is waar je het verschil maakt. Dus werk je aan iets vernieuwends? Kom maar op met je idee. Wij zetten de deuren van onze innovatie-keuken open.
Als partner van Het Plantbased Netwerk laat DKG zien wat er al wél kan met plantaardig grondstoffen en hoe het werkt in de praktijk. West-Brabant bewijst zich hiermee als proeftuin voor de woonomgeving van morgen, en waar plantbased ambities industrieel worden opgeschaald. Met DKG als toonbeeld van hoe je als producent bijdraagt aan een regio die kennis, maakbaarheid en duurzaamheid aan elkaar verbindt.
Geschreven door:
Het Plantbased Netwerk
Sluit je aan bij het Plantbased Netwerk en pak de groene golf!