Plantbased talent
Vraagstukken rond energie en materialen spelen inmiddels in vrijwel iedere sector. Daarmee groeit de behoefte aan professionals die technische kennis kunnen verbinden aan de grote opgaven en transities van deze tijd. Met de nieuwe hbo-master Material & Energy Transition spelen Avans Hogeschool en MNEXT daar direct op in. De studenten werken vanaf dag één mee aan die actuele vraagstukken binnen organisaties in de regio. Zo ontstaat een directe verbinding tussen onderwijs, onderzoek en praktijk.
Vanuit MNEXT werken onderzoekers dagelijks samen met ondernemers, onderwijsinstellingen en partners aan opgaven rond materiaal- en energietransitie. Mertijn Weeda is als onderzoeker energietransitie nauw betrokken bij de ontwikkeling van de master. “Aan de ene kant is de vraag naar technisch talent onverminderd”, vertelt hij. “En bedrijven lopen tegen concrete uitdagingen aan rond netcongestie, elektrificatie, verduurzaming en productieprocessen en zoeken professionals die inhoudelijk sterk zijn en direct kunnen meewerken.”
Bovendien zien hij en collega’s dat de vraagstukken steeds breder worden. “Het gaat allang niet meer alleen over techniek. Bedrijven zoeken mensen die ook verandering kunnen organiseren en techniek kunnen vertalen naar toepassing.”
Daar ziet MNEXT een belangrijke nieuwe behoefte binnen het werkveld: engineers die technische kennis combineren met transitiedenken. Professionals die verschillende partijen bij elkaar brengen, verbanden leggen tussen disciplines en helpen om innovaties verder te brengen richting praktijk en implementatie. “Die combinatie zie je nog weinig in scholingsaanbod,” zegt hij. “Terwijl precies daar de grootste behoefte ontstaat.”
In de master staan drie inhoudelijke thema’s centraal: materiaaltransitie, energietransitie en transitiedenken. Studenten leren werken vanuit de samenhang tussen deze domeinen en verdiepen zich daarnaast in vaardigheden zoals leiderschap, onderzoek, communicatie en samenwerking. “Die werelden raken elkaar continu,” vertelt Mertijn. “Materialen vragen energie om geproduceerd te worden, terwijl duurzame energieoplossingen juist weer afhankelijk zijn van materialen en grondstoffen. Daarom bekijken we die vraagstukken integraal.”
Plantbased toepassingen vormen daarin een belangrijk onderdeel. Studenten worden opgeleid om het proces van grondstof en productieproces tot toepassing in de praktijk te onderzoeken en begeleiden. “Voor impact. Dus hoe kan een nieuw materiaal ingezet worden en hoe zorg je dat een nieuw materiaal toepasbaar wordt? Wat betekent dat voor energieverbruik of samenwerking in de keten? Dát zijn vraagstukken waar studenten mee aan de slag gaan.” Zo ontdekken studenten hoe technische keuzes doorwerken binnen de bredere overgang naar een duurzamere industrie.

De master richt zich op technisch opgeleide studenten en young professionals die zich verder willen ontwikkelen binnen de materialen- en energietransitie. Studenten met een achtergrond in bijvoorbeeld chemie, chemische technologie, elektrotechniek, werktuigbouwkunde, bouwkunde of technische bedrijfskunde kunnen instromen.
Vanaf de start is de opleiding nauw verbonden met de praktijk. Studenten werken met een leerwerkplek drie dagen per week bij een organisatie, volgen één dag onderwijs en besteden één dag aan zelfstudie en verdieping. Bij hun leerwerkplek bouwen zij direct ervaring op binnen lopende projecten en actuele vraagstukken. “Eigenlijk hebben we een soort traineeship op masterniveau ontwikkeld,” vertelt Mertijn. “Studenten draaien echt mee binnen organisaties en ontwikkelen zich zo al tijdens hun opleiding als professional.”
Die aanpak levert ook voor betrokken leerwerkplekken veel op. Organisaties krijgen toegang tot technisch talent dat direct meewerkt aan hun vraagstukken rond energie, materialen en verduurzaming. Tegelijk brengen studenten nieuwe kennis en inzichten mee vanuit onderzoek en onderwijs.

Met de komst van de master verstevigt MNEXT haar positie als learning community; een plek waarin studenten, onderzoekers en ondernemers samen optrekken rond vraagstukken op het gebied van materialen- en energietransitie. Praktijkvragen vanuit organisaties vormen daarbij directe input voor onderwijs en onderzoek, terwijl kennis en ervaringen juist weer terugvloeien naar het werkveld.
“Je wilt continu een omgeving creëren waarin mensen van elkaar leren,” vertelt Mertijn. “Waarin studenten onderdeel worden van een netwerk waarin bedrijven, onderzoekers en onderwijs samen bezig zijn met dezelfde vraagstukken.”
MNEXT nodigt ondernemers uit om onderdeel te worden van die beweging. Bijvoorbeeld door een leerwerkplek aan te bieden, praktijkvraagstukken in te brengen of aan te sluiten bij de learning community. Zo bouwen onderwijs, onderzoek en ondernemers samen aan talent dat direct bijdraagt aan de verdere versnelling van de plantbased transitie in West-Brabant.
Geschreven door:
Sluit je aan bij het Plantbased Netwerk en pak de groene golf!